CHRONISCH ZIEK
Voor mij is chronisch ziek zijn:
langdurig belemmerd worden door je beperkingen,
wat die beperkingen ook zijn.
In het woordenboek (Van Dale) staat bij
het woord chronisch het woord slepend.
Een heel treffende omschrijving!
Wat ook je ziekte is, het is (tijdelijk of permanent) een heel belangrijk
en bepalend deel van je leven.
In veel facetten van je dagelijkse leven
kom je het tegen: bij contacten met anderen, bij het al of niet aangaan
van relaties, bij je eigen toekomstverwachtingen.
Chronisch ziek zijn betekent een ruis in mijn leven, iets waar ik rekening mee moet houden, iets wat ik niet kan ontkennen.
Chronisch ziek zijn is onrechtvaardig.
Als ik even terugdacht aan leeftijdgenoten,
zeker toen ik een tiener was,
hoe hun leven eruit zag in vergelijking met dat van mij, wat onrechtvaardig:
hun leven ging verder, dat van mij stond stil.
Chronisch ziek zijn betekent
ook tegen muren aanlopen, met name bij artsen.
Zeker als onzekere jongere
vond ik het moeilijk om met mijn vreemde klachten naar
de dokter te gaan.
Chronisch ziek zijn kan ook 'een periode van' achteruitgang betekenen.
Daar heb ik heel veel moeite mee. Als je ziek bent verwacht je beter te
worden, op den duur.
Maar het kan ook erg tegenvallen en juist slechter
gaan met je gezondheid.
Dat is een tegenslag want opnieuw raak je dan
een stukje vertrouwen in je lichaam kwijt en dat geeft weer grote onzekerheid.
Chronisch ziek zijn is vaak dus ook
afscheid (gedicht)
nemen.
Het is voor mij dan moeilijk om me niet heel erg machteloos te voelen. Ook knabbelt het aan mijn eigenwaarde.
Chronisch ziek zijn raakt je gevoelens, gevoelens zoals onmacht, verlatenheid, boosheid, en verdriet. Chronisch ziek zijn vraagt om doorzetten. Kracht halen uit het dagelijks leven. In mijn boek lees je meer hierover.
Toch werd mijn leven uiteindelijk ons leven. Ik kreeg een partner.
