MIJN LEVEN BEGINT
Mijn moeders bevalling liep niet echt zoals gepland.
Ik was er eerder dan de huisarts of de vroedvrouw. Dat kan als je 40 jaar geleden op een dorp geboren word.
De dokter moest in die tijd op de fiets komen.
Waarschijnlijk heb ik tijdens die bevalling in het
vruchtwater gepoept en dat binnen gekregen. Wat er ook gebeurd is, het is niet meer terug te draaien.
Maar het was een verkeerde start.
Ik kwam al spugend ter wereld. En dit bedoel ik dus heel letterlijk.
De eerste tien dagen hield ik helemaal niks binnen. Ik kreeg om de paar minuten een theelepeltje water
gevoerd om uitdroging tegen te gaan. Moedermelk ging niet,
andere vormen van voeding (op doktersadvies)
ook niet, het bleef gewoon niet binnen.
Dit getob qua voeding duurde ondertussen al 3 weken.. Totdat ik in staat bleek Molenaars kindermeel,
aangelengd met water, binnen te houden. Mijn moeder kon eindelijk opgelucht ademhalen.
Mijn hele verdere jeugd was het sukkelen. Ik was snel moe en snel ziek. Als ik terugdenk aan mijn schooltijd dan betekende dat vooral veel afwezig zijn. Om de paar weken moest ik een paar dagen rust hebben om bij te tanken. Ook met eten moesten we altijd toch voorzichtig zijn omdat ik lang niet alles kon verdragen. jong zijn (gedicht) kan heel anders gaan dus.
Later, na mijn middelbare schooltijd
Een wond in mijn innerlijk...,
zo kan ik die periode wel omschrijven. Mijn leven verliep toch wel erg anders dan
dat van andere
jongeren. Velen hadden hun school inmiddels afgerond en waren aan het werk, of ze leerden door.
Bij mij liep het anders.
Ik was pas achttien toen ik arbeidsongeschikt verklaard werd. Ik kreeg een jongere uitkering.
Tegenwoordig het dat een WAJONG uitkering.
Ik had nog nooit kunnen werken, ik had zelfs mijn schooldiploma niet kunnen halen en ik
stond er al buiten. Buiten de arbeidsmarkt, buiten de maatschappij, buiten de leefwereld van
mijn leeftijdsgenoten. Ik ging niet uit, had geen vrienden van mijn eigen leeftijd.
Niet met een groepje jongeren naar de film of op een sportvereniging waar we elkaar ontmoeten.
Niets van dat alles. Ik lag vooral ziek in bed. Te ziek om uit te gaan.
Echt buiten het leven van alledag dus. Wat een enorme impact heeft deze arbeidsongeschikt
verklaring voor mij gehad. En ook het zo beperkte leven terwijl ik nog zo jong was en een wereld
open lag om te gaan ontdekken.
Mijn zus, net een jaar ouder dan ik, ze ging de deur uit, zij spreidde haar wel haar vleugels uit, En ik? Wat een schril contrast met mijn leven; hoe nutteloos en waardeloos heb ik me toen gevoeld! En mijn situatie leek uitzichtloos.
Een gevaarlijke innerlijke strijd, een zware periode van diepe ellende, want hoe zet je jezelf op de
rails en blijf je daarop?
Hoe lukt het je om toch je eigenwaarde overeind te houden?
Heel langzaam ging het daarna iets beter, na 4 jaar overleven.
Uiteindelijk kwam er meer stabiliteit in mijn ziekteproces, dankzij de hulp van de voedingsdeskundige
en
mijn eigen instelling. En een heel streng dieet waar een grote discipline voor nodig was.
Ik haalde mijn eigenwaarde uit de dingen die ik nog wel kon, weer kon.
Ik ging op mezelf wonen en
later ging ik een ochtend in de week als vrijwilliger werken op een basisschool.
Lees maar verder wat chronisch ziek zijn voor mij betekent.
